Ze was een spring in het veld. Altijd vrolijk, ondanks haar kleine hartje al vaak grote zorgen moest dragen. Uitkijken naar dat ene dingetje wat haar wel blij zou maken, ook in de weken dat ze weer eens getreiterd of gepest werd. Ik wou dat het niet waar was geweest. Maar ze heeft het toch moeten meemaken. Het meisje dat hield van kleuren en tekenen en zelden zonder potlood te vinden was. En later het meisje dat haar eigen fantasiewereld opzette en allerlei verhalen verzon. Als ze maar eens wist hoeveel kracht ze had.
Later ging ze naar de middelbare school, ook daar was het niet makkelijk. Ineens was er de invloed van veel andere meisjes, die net als zij volop in de puberteit schoten. Er waren ineens roddels, meningen over kleding en make-up. Iets waar zij niet was op voorbereid. Ze had uitgekeken naar een nieuwe frisse start. Vrienden maken en eindelijk eens het gevoel krijgen dat ze goed genoeg was. Little did she know dat ze toen twee vrienden voor het leven ging maken. En dat ze later iets met die liefde voor tekenen ging doen. Hoeveel gelukkiger ze werd in de juiste opleiding en haar liefde voor illustratie ontdekte.
Dromen over mijn jongere zelf, het is iets wat ik regelmatig doe. Ik probeer mijn innerlijke kind dichtbij me te houden. Want ze herinnert me er vaak aan wat belangrijk is. Wat er toe doet en waar ik voor moet vechten. En ze toont me de weg naar mijn passies en wat geluk is. Net zoals velen twijfel ik in mijn jonge volwassen leven wel meer dan eens of ik het wel goed doe. Ben ik geworden wat zij zou willen? Ik geloof ook dat je waarden kunnen veranderen door de jaren heen en de dromen die je vroeger had, niet perse degene zijn die je wilt najagen als je ouder bent. Dat zijn dingen die de tijd je leert. Er zit vaak een hele harde blik op mijn eigen wereld. Naar de buitenwereld versoepelt die meestal. Maar voor mezelf ben ik vaak beenhard. Terwijl, waarom eigenlijk? Ik denk vooral omdat dat iets is wat ik al mijn hele leven doe. Het voelt vertrouwd en de dagen dat ik wel lief kan zijn voor mezelf voelen soms alsof ik op gelei loop. Ook heel fijn en rustig, maar vooral op gelei. Onstabiel en wiebelig. Het is denk ik een proces dat met de tijd ook wel beter wordt, want er is al een groot verschil met vroeger.
Toch probeer ik me af en toe in te beelden hoe mijn jongere zelf zou reageren, elke keer als ik van mezelf denk dat ik niet goed genoeg ben. Wanneer ik denk dat ik niet mooi ben of mijn haar weer te wild staat. En dan stel ik me voor dat ze voor me staat, met haar blinkende oogjes. Van trots, van enthousiasme. Maar vooral dat ze haar kleine armpjes rond mijn benen slaat. Want als er een ding is wat ze niet veel heeft gekend is het wel veiligheid. En ik voel regelmatig mijn innerlijke kind in me naar boven komen, en dat is voor mij een teken dat ik iemand ben geworden waar ze zich veilig bij zou voelen. Iemand waar ze ‘s avonds na een lange schooldag bij op schoot zou kruipen om de verhalen te vertellen. Cause younger me would look right at me, say I’m the prettiest girl alive. I wish I could see me, through her eyes.
Liefs en dikke knuffels
Nikita ★
